Haarlem telde elf stadspoorten

De vestingwerken van Haarlem vormden een stelsel van verdedigingsstructuren ter bescherming van de stad tegen externe aanvallen. Net als veel andere middeleeuwse steden had Haarlem stadspoorten, stadsmuren, singels en later bolwerken.

Op zijn hoogtepunt telde Haarlem elf stadspoorten. Van deze poorten is er nog één intact, de Amsterdamse Poort. De overige poorten zijn in de negentiende eeuw op gemeentelijk besluit gesloopt om plaats te maken voor stadsuitbreiding. Ze werden als overbodig beschouwd en belemmerden de ontwikkeling van de stad. Maar in de Middeleeuwen dacht men daar anders over.

De stad had  een omwalling met elf poorten en zeventien puntige of platte torens en rondelen. Op de noordoosthoek bevond zich de Papentoren, gelegen waar de Papentorenvest overgaat in de Oostvest. Deze toren bestreek de stadswal in de richting van de Spaarndammerpoort aan de ene kant en de wal naar de Catrijnebrug aan de andere kant. De Catrijnebrug, de meest noordelijke brug van de stad, werd aan beide zijden van het Spaarne beschermd door een toren. Tussen deze torens was ook een kettingafsluiting geplaatst. Een poort staat er nog, de Goude Vrouwtoren. Daarop is molen de Adriaan gebouwd. Aan de overzijde op de plek waar zich nu het parkeerterrein aan het Spaarne voor het politiebureau bevindt, stond de Zanderstoren. Vandaar dat de huidige brug over de nieuwe gracht die zich nu daar vlakbij bevindt, Zandersbrug heet. 

Bijna 50000 woorden en 400 tekeningen

In februari 2023 daagde Ton in ’t Veld mij uit met de vraag of ik niet een boekje over de Bakenes wilde tekenen. Onder één voorwaarde was mijn reactie: ‘Als jij de teksten maakt.’ Het begin van een monsteroperatie. Want ik stelde aan mezelf ook een eis: ‘Als ik er aan begin, teken ik alle huizen.’ Dat werden er meer dan vierhonderd. En Ton schreef meer dan 48000 woorden, mooie verhalen over de geschiedenis van Haarlem in relatie tot de Bakenes. Zeventien maanden buffelen. Maar we zijn bijna klaar. De vormgeving is gefixt. Nu nog fijnslijpen. Punten en komma’s op zijn plek zetten, vuiltjes uit de tekeningen verwijderen. Hier en daar tekeningen beter tegen elkaar zetten zodat je nagenoeg niet ziet dat de gevels stuk voor stuk aan elkaar geplakt zijn. En dan kan de pdf naar de drukker. We raken er niet over uitgepraat. Dus er volgen vast blogberichten met avonturen die we tijdens de produktie hebben beleefd.

Ton en ik kennen elkaar al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Toen we allebei bij uitgeverij Spaarnestad werkten. Ton is daar wat langer blijven hangen dan ik, maar uiteindelijk hebben we beiden een succesvol leven als zelfstandig ondernemer in de mediawereld gehad. De vriendschap van toen is gebleven. Nu wonen we allebei in het hartje van Haarlem. Dat is leuk en kan tot bijzondere projecten leiden.

Op de fiets om te controleren of het klopt

Je moet weken op straat hebben gezeten, denken velen. Maar dat is natuurlijk niet zo. In 2016 toen ik met de serie Haarlem moet je zien begon, heb ik inderdaad op straat zitten schetsen. Een van die schetsen, van de Damstraat, staat in het boek De Bakenes dat binnenkort (oktober 2024) verschijnt. Bibbertekeningen noemde ik het destijds in het Haarlems Dagblad dat mij interviewde toen het eerste boekje was verschenen. Nu gebruik ik het straattekenen vaak als controle van wat ik achter de tekentafel zit te doen. Alle huizen zijn gefotografeerd door Ton en mijzelf. Bewerkt in fotoshop om de lijnen van een huis zoveel mogelijk horizontaal en verticaal te krijgen. Want doe je dat niet, dan kun je de gevels niet tegen elkaar zetten. Vervolgens gebruik ik twee en soms zelfs drie beeldschermen bij het tekenen. Om op details in te zoomen zonder de blik op het totaal te verliezen. Op het derde scherm staat Google Streetview, om een huis vanuit verschillende gezichtspunten goed te kunnen zien. Want vrijwel altijd staan er auto’s voor de deur en zie je de onderkant van de gevel nauwelijks. Dan helpt Streetview en soms moet je op de fiets om een situatie ter plekke te beoordelen. Een geweldig avontuur.